Welke opzegtermijn geldt voor een werkgever bij een werknemer die 6 jaar in dienst is

Welke opzegtermijn geldt voor een werkgever bij een werknemer die 6 jaar in dienst is

Voor een werknemer die 6 jaar in dienst is, geldt voor de werkgever een wettelijke opzegtermijn van twee maanden. Die termijn staat in artikel 7:672 van het Burgerlijk Wetboek en loopt op met de duur van het dienstverband: één maand bij minder dan vijf jaar, twee maanden bij vijf tot tien jaar, drie maanden bij tien tot vijftien jaar en vier maanden bij vijftien jaar of langer. Bij 6 dienstjaren zit je dus in de tweede trede. De werknemer zelf heeft, ongeacht het aantal dienstjaren, altijd een opzegtermijn van één maand.

Hoe de twee maanden in de praktijk lopen

Opzeggen gebeurt in principe tegen het einde van de maand, tenzij de cao of arbeidsovereenkomst iets anders bepaalt. Zeg je als werkgever op 7 september 2026 op, dan gaat de opzegtermijn lopen vanaf 1 oktober en eindigt het dienstverband op 30 november 2026. Zeg je op 30 september op, dan is de einddatum dezelfde. Wie dus net na de maandwisseling opzegt, betaalt in feite bijna een maand extra loon. Het loont om de timing van een opzegging niet toevallig te laten zijn.

Opzeggen kan niet zomaar

De opzegtermijn is pas relevant als je als werkgever mag opzeggen. In Nederland heb je daarvoor bijna altijd toestemming van het UWV nodig, bij bedrijfseconomisch ontslag of langdurige arbeidsongeschiktheid, of een ontbinding door de kantonrechter bij bijvoorbeeld disfunctioneren of een verstoorde arbeidsrelatie. Alleen in de proeftijd, bij ontslag op staande voet, bij een AOW-gerechtigde werknemer of met schriftelijke instemming van de werknemer kun je opzeggen zonder die tussenstap.

Duurt de UWV-procedure bijvoorbeeld vijf weken, dan mag je die tijd aftrekken van de opzegtermijn. Bij 6 dienstjaren blijft er dan van de twee maanden ongeveer drie weken over, met als ondergrens altijd minimaal één maand. De opzegtermijn kan dus door de procedure korter worden, maar nooit onder de maand zakken.

Wat als er een langere termijn in het contract staat

Werkgever en werknemer mogen in de arbeidsovereenkomst een langere opzegtermijn afspreken, maar dan geldt een spelregel: de termijn voor de werkgever moet minstens twee keer zo lang zijn als die voor de werknemer. Staat er voor de werknemer twee maanden in het contract, dan moet de werkgever minimaal vier maanden aanhouden, ook al is de wettelijke termijn bij 6 dienstjaren maar twee. Veel cao's, bijvoorbeeld in de bouw en de metaal, wijken op dit punt af; controleer dus altijd de cao voordat je een einddatum communiceert.

Beëindiging met wederzijds goedvinden

In de praktijk eindigt het merendeel van de dienstverbanden na een aantal jaar via een vaststellingsovereenkomst, niet via opzegging. Ook daarin speelt de opzegtermijn een rol. Het UWV kijkt bij de WW-aanvraag van de werknemer namelijk naar de "fictieve opzegtermijn": is de einddatum in de overeenkomst korter dan de wettelijke twee maanden na ondertekening, dan krijgt de werknemer pas WW vanaf het moment dat die termijn wél verstreken zou zijn. Een werknemer met 6 dienstjaren zal daarom bij onderhandelingen aansturen op een einddatum die minimaal twee maanden na de handtekening ligt, of op een vergoeding die dat gat dicht.

De kosten naast het loon tijdens de opzegtermijn

Twee maanden loon doorbetalen is niet het hele plaatje. Bij ontslag op initiatief van de werkgever heeft een werknemer met 6 dienstjaren recht op een transitievergoeding van een derde maandsalaris per dienstjaar, dus twee bruto maandsalarissen. Bij een salaris van 3.500 euro bruto komt dat neer op 7.000 euro, plus 8 procent vakantiegeld en eventuele vaste toeslagen. Tel daar de twee maanden opzegtermijn bij op en het beëindigen van een dienstverband van 6 jaar kost al snel het equivalent van vier tot vijf maandsalarissen, nog zonder de niet-opgenomen vakantiedagen die uitbetaald moeten worden.

Wat je als werkgever concreet doet

Check eerst de cao en de arbeidsovereenkomst op afwijkende termijnen. Bepaal daarna de route: UWV, kantonrechter of vaststellingsovereenkomst. Plan de opzegging zo kort mogelijk na het verkrijgen van de toestemming, bij voorkeur vlak voor het einde van een maand, en leg de einddatum schriftelijk vast. Bij een werknemer met 6 dienstjaren is de uitkomst in vrijwel alle gevallen dezelfde: twee maanden opzegtermijn, minus de duur van een eventuele UWV-procedure, en nooit korter dan één maand.