Welke vakantiedagen van 2025 zijn per 1 juli 2026 vervallen en welke blijven staan

Welke vakantiedagen van 2025 zijn per 1 juli 2026 vervallen en welke blijven staan

Nu de zomervakantie draait, komt bij veel werkgevers en medewerkers dezelfde vraag boven: hoeveel vakantiedagen van vorig jaar zijn er eigenlijk nog over? De datum van 1 juli 2026 is daarbij het scharnierpunt. Op die dag verviel een deel van het saldo uit 2025, terwijl een ander deel gewoon bleef staan.

Het verschil tussen wettelijke en bovenwettelijke dagen

De Nederlandse wet kent twee soorten vakantiedagen. Wettelijke vakantiedagen zijn viermaal het aantal uren dat iemand per week werkt. Bij een fulltime contract van 40 uur zijn dat 160 uur, oftewel 20 dagen per jaar. Alles wat een werkgever daarbovenop geeft, bijvoorbeeld via een cao of arbeidsvoorwaardenregeling, heet bovenwettelijk.

Dat onderscheid bepaalt alles. Wettelijke vakantiedagen hebben een vervaltermijn van zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Wettelijke dagen uit 2025 vervielen dus op 1 juli 2026. Bovenwettelijke dagen kennen een verjaringstermijn van vijf jaar; dagen uit 2025 blijven daarmee geldig tot 1 januari 2031.

Een rekenvoorbeeld

Stel: een fulltimer heeft in 2025 recht op 25 vakantiedagen, waarvan 20 wettelijk en 5 bovenwettelijk. Aan het eind van 2025 stonden er nog 9 dagen open, en in het eerste half jaar van 2026 nam die medewerker daar niets van op.

Bij het opnemen van vakantie worden volgens de wet altijd eerst de dagen afgeschreven die het snelst vervallen, dus de wettelijke. Van die 9 resterende dagen zijn er dan 4 wettelijk en 5 bovenwettelijk. Op 1 juli 2026 zijn die 4 wettelijke dagen vervallen. De 5 bovenwettelijke dagen staan gewoon nog op het saldo.

De uitzonderingen die vaak vergeten worden

De vervaltermijn geldt niet altijd. Kon een medewerker de dagen redelijkerwijs niet opnemen, dan blijven ze staan. Dat speelt bijvoorbeeld bij langdurig zieke medewerkers die niet in staat waren te re-integreren of vakantie op te nemen, en bij situaties waarin de werkgever een vakantieaanvraag structureel afwees wegens drukte.

Daarbij geldt sinds enkele jaren een belangrijke informatieplicht. Een werkgever moet medewerkers tijdig en concreet waarschuwen dat hun dagen dreigen te vervallen, met vermelding van het aantal en de vervaldatum. Is die waarschuwing niet aantoonbaar gegeven, dan kunnen de wettelijke dagen niet vervallen en blijven ze alsnog geldig. Een algemene zin in het personeelshandboek is daarvoor niet genoeg.

Wat je nu praktisch kunt doen

Voor werkgevers: controleer of de saldi in het verlofsysteem correct zijn bijgewerkt na 1 juli, en of de waarschuwingen in het voorjaar aantoonbaar zijn verstuurd. Zet meteen een herinnering klaar voor het voorjaar van 2027, zodat de dagen uit 2026 op tijd onder de aandacht komen.

Voor medewerkers: vraag een overzicht op waarin wettelijke en bovenwettelijke dagen apart staan. Veel systemen tonen alleen één totaal, waardoor je niet ziet welk deel binnenkort vervalt.

De boodschap is simpel: bovenwettelijke dagen hebben geen haast, wettelijke dagen wel. Wie zijn saldo in het voorjaar splitst en de wettelijke dagen als eerste inplant, loopt nooit meer tegen een verrassing op 1 juli aan.