Hoeveel transitievergoeding krijg je na 8 jaar dienst bij 3.000 euro bruto per maand

Hoeveel transitievergoeding krijg je na 8 jaar dienst bij 3.000 euro bruto per maand

Een werknemer die na precies 8 jaar dienst wordt ontslagen en 3.000 euro bruto per maand verdient, heeft recht op een transitievergoeding van 8.640 euro bruto. Dat bedrag ontstaat uit de wettelijke formule van een derde maandsalaris per dienstjaar, berekend over het loon inclusief 8 procent vakantiegeld. Reken je alleen met het kale maandloon van 3.000 euro, dan kom je op 8.000 euro uit, maar dat is te laag: vakantiegeld en vaste toeslagen tellen wettelijk mee. Hieronder zie je hoe de som precies loopt en welke posten het bedrag nog hoger of lager kunnen maken.

De formule sinds de Wet arbeidsmarkt in balans

Sinds 2020 is de transitievergoeding voor iedere werknemer gelijk aan een derde van het bruto maandsalaris per gewerkt dienstjaar, vanaf de eerste werkdag. De oude opslag voor werknemers ouder dan 50 of met meer dan 10 dienstjaren bestaat niet meer. Ook bij een ontslag in de proeftijd of na een tijdelijk contract dat niet wordt verlengd, is de vergoeding verschuldigd, naar rato van de gewerkte periode.

Het rekenvoorbeeld stap voor stap

Eerst bepaal je het maandsalaris waarover je rekent. Dat is het bruto maandloon plus een twaalfde van het vakantiegeld en een twaalfde van vaste jaarbonussen of een dertiende maand. Bij 3.000 euro bruto en 8 procent vakantiegeld wordt dat 3.000 + 240 = 3.240 euro. Vervolgens neem je een derde daarvan: 1.080 euro per dienstjaar. Maal 8 jaar geeft 8.640 euro. Heeft de werknemer daarnaast een vaste ploegentoeslag van bijvoorbeeld 150 euro per maand, dan stijgt het rekenloon naar 3.390 euro en de vergoeding naar 9.040 euro. Variabele bonussen tellen mee als gemiddelde over de laatste drie jaar; overwerk telt mee als gemiddelde over het laatste jaar.

Wat als het geen hele jaren zijn

Dienstverbanden eindigen zelden precies op een jaargrens. Voor het onvolledige jaar reken je naar rato per maand, en zelfs per dag. Stel het dienstverband duurde 8 jaar en 5 maanden: dan komt er 5/12 van 1.080 euro bij, oftewel 450 euro, en wordt de vergoeding 9.090 euro. Een werkgever die met "afgeronde jaren" rekent, betaalt dus te weinig.

Wanneer de vergoeding niet of lager geldt

De transitievergoeding is niet verschuldigd als de werknemer zelf opzegt, bij ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar handelen, bij het bereiken van de AOW-leeftijd of als er in een cao een gelijkwaardige voorziening staat. Bij een vaststellingsovereenkomst, de meest gebruikelijke route bij een ontslag met wederzijds goedvinden, is de transitievergoeding formeel niet verplicht, maar in de praktijk is 8.640 euro bij deze uitgangspunten het minimum waar vrijwel elke werknemer mee instemt; vaak wordt er nog een extra bedrag of een langere opzegtermijn bij onderhandeld. Daar staat tegenover dat de vergoeding wettelijk is gemaximeerd. Dat plafond wordt elk jaar geïndexeerd en ligt in 2026 ruim boven de 98.000 euro, of op een jaarsalaris als dat hoger is. Bij 3.000 euro per maand kom je daar met 8 dienstjaren uiteraard niet in de buurt.

Wat de werkgever nog mag aftrekken

Kosten die de werkgever tijdens het dienstverband heeft gemaakt om de werknemer breder inzetbaar te maken, bijvoorbeeld een opleiding buiten de eigen functie, mogen onder strikte voorwaarden op de vergoeding in mindering worden gebracht. Daarvoor is vooraf schriftelijke instemming van de werknemer nodig, en de kosten mogen niet ouder zijn dan vijf jaar. Outplacementkosten die worden gemaakt in het kader van het ontslag zelf, vallen hier ook onder als dat vooraf is afgesproken. Zonder die afspraken blijft het volle bedrag staan.

Belasting en uitbetaling

De 8.640 euro is een bruto bedrag. De werkgever houdt loonheffing in via de groene tabel voor bijzondere beloningen, waardoor de werknemer bij een modaal inkomen netto grofweg 5.000 tot 5.500 euro overhoudt. Uitbetaling moet binnen een maand na het einde van het dienstverband. Bij betalingsproblemen kan een werkgever de vergoeding in termijnen betalen over maximaal zes maanden, maar dan is wettelijke rente verschuldigd.

Zo controleer je de berekening in vijf minuten

Pak de laatste loonstrook, tel bij het bruto maandloon het vakantiegeld en de vaste toeslagen per maand op, deel door drie en vermenigvuldig met het aantal dienstjaren inclusief de losse maanden. Klopt de uitkomst niet met wat in de vaststellingsovereenkomst staat, dan is dat een reden om te vragen hoe de werkgever heeft gerekend, en zo nodig een arbeidsjurist of vakbond mee te laten kijken voordat je tekent.