Een werknemer met een contract van 32 uur per week heeft in 2026 recht op 32 uur geboorteverlof met volledig loon, betaald door de werkgever. Daarna kan hij of zij nog maximaal 160 uur aanvullend geboorteverlof opnemen. Over die aanvullende uren betaalt UWV een uitkering van 70 procent van het dagloon. In totaal gaat het dus om zes keer de wekelijkse arbeidsduur, ofwel 192 uur. Voor werkgevers is het handig om precies te weten hoe dat werkt, want de aanvraag voor het aanvullende deel loopt via jou.
Hoe het geboorteverlof is opgebouwd
Het geboorteverlof voor partners bestaat uit twee delen. Beide zijn gekoppeld aan de wekelijkse arbeidsduur van de werknemer, niet aan een vast aantal dagen. Werkt iemand 32 uur, dan wordt alles in uren van die 32 uur uitgerekend.
Deel 1: geboorteverlof van één werkweek
De eerste week geboorteverlof is gelijk aan één keer de wekelijkse arbeidsduur. Bij een contract van 32 uur zijn dat 32 uur. De werkgever betaalt in deze periode het volledige loon door. De werknemer moet dit verlof opnemen binnen vier weken na de geboorte en mag de uren over meerdere dagen verdelen. Een werkgever mag dit verlof niet weigeren.
Deel 2: aanvullend geboorteverlof van maximaal vijf weken
Na de eerste week kan de werknemer maximaal vijf keer de wekelijkse arbeidsduur aanvullend verlof opnemen. Bij 32 uur komt dat neer op 160 uur. Dit deel moet worden opgenomen binnen zes maanden na de geboorte. De werknemer ontvangt dan een uitkering van UWV ter hoogte van 70 procent van het dagloon, tot maximaal 70 procent van het maximumdagloon. Veel werkgevers vullen dit uit eigen beweging of via de cao aan tot 100 procent, maar dat is geen wettelijke plicht.
Een rekenvoorbeeld voor 32 uur
Stel, een werknemer verdient 3.200 euro bruto per maand bij een contract van 32 uur.
- Eerste week: 32 uur verlof met volledig loon, betaald door de werkgever.
- Aanvullend verlof: 160 uur, verspreid over maximaal zes maanden. Over die uren ontvangt de werknemer via UWV 70 procent van zijn dagloon. Op maandbasis komt dat ongeveer neer op 2.240 euro bruto voor de uren dat hij met verlof is.
Neemt de werknemer het aanvullende verlof in deeltijd op, bijvoorbeeld 8 uur per week, dan loopt het verlof 20 weken. De werknemer werkt dan 24 uur per week tegen normaal loon en krijgt over de 8 verlofuren de UWV-uitkering.
Wat moet je als werkgever regelen?
Voor het eerste deel hoef je niets bij UWV aan te vragen. Je betaalt het loon gewoon door. Voor het aanvullende deel ligt dat anders:
- De werknemer meldt het aanvullende verlof minimaal vier weken van tevoren schriftelijk bij je aan.
- Jij vraagt de uitkering aan bij UWV, uiterlijk vier weken na de start van het aanvullende verlof.
- UWV betaalt de uitkering aan jou of rechtstreeks aan de werknemer, afhankelijk van wat je kiest.
- Je mag het aanvullende verlof alleen weigeren of verschuiven als er sprake is van een zwaarwegend bedrijfsbelang, en dat moet je goed kunnen onderbouwen.
Let op bij wisselende uren
Heeft de werknemer geen vast contract van 32 uur maar een oproep- of min-maxcontract, dan wordt gekeken naar de gemiddelde arbeidsduur per week. Leg die afspraak vooraf vast, zodat er bij de aanvraag geen discussie ontstaat over het aantal uren. Ook bij een parttimer met een wisselend rooster blijft de rekensom hetzelfde: één keer de weekuren met volledig loon en daarna maximaal vijf keer de weekuren met 70 procent via UWV.
Wie dit goed in de HR-administratie vastlegt, voorkomt verrassingen. Zet de geboortedatum, het aantal opgenomen uren en de aanvraagdatum bij UWV bij elkaar in het personeelsdossier, dan weet je precies hoeveel van de 192 uur er nog over zijn.